Mijn blog

za 17 sep 2016 t/m vr 14 okt 2016    (3 berichten)

<< nieuwer ouder >>
Schrijven: hoe doe je dat nou? Hoofdstukken hakken, vermalen en snijden ma 10 okt 2016  20:59
Categoriën: geen

Schrijver zijn lijkt soms op slager zijn. Zo heb ik vandaag hoofdstuk 7 in tweeën gehakt en daarna gevuld met resten van hoofdstuk 8.

Komt dit je bekend voor?

Nou, kijk, er zijn in grote lijnen twee soorten schrijvers. Je hebt schrijvers die gewoon gaan zitten en een eerste zin opschrijven. Daarna valt hen een tweede zin in. En noodgedwongen ook een derde… en na enkele duizenden zinnen hebben ze een boek. Ze bedenken het boek of verhaal terwijl ze zitten te typen.

Ik noem die schrijvers “ontdekkers”. Want dat is wat ze doen: ze gaan zitten typen en ontdekken daarbij het verhaal. Die manier van schrijven lijkt erg veel op een boek van een ander lezen. Want net als de lezer denk je steeds: O, wat zou er nu gebeuren? O, wat gaan ze nu doen? O, wat zou hij nu zeggen? Nieuwsgierigheid hoe het afloopt, drijft je verder.

Maar er zijn ook “ontwerpers”. Ontwerpers bedenken het verhaal voordat ze het gaan opschrijven. Dus je maakt uitgebreide documenten met beschrijvingen van de personages en hun karakterontwikkeling. Je maakt een samenvatting van hoe de verhaallijn moet zijn. Die wordt in vakjargon “synopsis” genoemd. En die samenvatting werk je uit tot een hoofdstukindeling, waarin precies staat opgesomd wat er allemaal in elk hoofdstuk moet gebeuren. Voor een boek van 100.000 woorden, wordt zo’n hoofdstukindeling al gauw 10.000 woorden lang.

Daarnaast zijn er schrijvers die een verhaal gedeeltelijk ontdekken en gedeeltelijk ontwerpen. Sommige ontwerpen bijvoorbeeld van tevoren alle personages, gaan zitten en ontdekken dan al schrijvenderwijs wat die personages allemaal gaan doen. Of ze ontwerpen een verhaallijn en ontdekken gaandeweg welke personages er allemaal in dat verhaal een rol spelen.

Veel schrijvers kunnen maar volgens één methode werken. Ze schrijven ofwel als ontdekker, ofwel als ontwerper of ze passen een combinatie toe waarbij ze altijd dezelfde elementen ontdekken en dezelfde elementen ontwerpen.

Ik hoor bij geen van die schrijvers. Ik schrijf soms een verhaal volledig als ontdekker, soms als ontwerper en soms combineer ik iets. Ik kan het op alle manieren.

Het boek waaraan ik nu bezig ben, schrijf ik voor bijna 100% als ontwerper. Nou is een van de vragen die ik vaak van beginnende schrijvers krijg: ja, maar als je nou tijdens het schrijven een inval krijgt… en die lijkt beter dan dat plan dat je van tevoren hebt uitgestippeld… moet je dan strikt je plan volgen? Of moet je je intuïtie volgen? Wat moet je dan doen?

Mijn antwoord is altijd: volg je intuïtie. Tijdens het schrijven zit je dieper in je verhaal en dan kun je consequenties en mogelijkheden zien die je van tevoren niet kon bedenken. In de praktijk gebeurt het bijna altijd dat je veranderingen moet aanbrengen ten opzichte van je oorspronkelijke plan. En de kans dat het gebeurt is groter naarmate je verhaal langer is.

Meestal gebeurt het zo: je zit te schrijven en loopt op een gegeven moment even vast. Je moet een bepaalde alinea uitwerken, maar je merkt dat je daarin niet verder komt. Je zit te twijfelen. Je ziet andere dingen voor je dan je gepland hebt of ergens wringt er iets in wat je gepland hebt. Wat je dan doet, is: opstaan en weglopen bij je laptop (of typemachine). Je geeft je onderbewuste even de tijd om erover na te denken. En als je terugkomt en weer gaat zitten, weet je meestal wat je moet doen. Soms weet je dan: dat nieuwe idee is leuk, maar mijn oorspronkelijke plan was toch beter. Dan schrijf je gewoon door. Maar soms weet je: dat nieuwe idee is beter. Dan maak je een aantekening in je hoofdstukindeling, je controleert even of het nieuwe idee geen problemen in logica of continuïteit op een andere plek oplevert. Indien nodig pas je je hele hoofdstukindeling aan. En daarna type je weer verder.

Dus wat ik vandaag heb gedaan? Ten eerste zag ik dat hoofdstuk 7 in tweeën gesplitst moest worden. De tweede helft van dat hoofdstuk vormde namelijk een hoofdstuk op zich. Dat werd dus hoofdstuk 7a (want omnummeren doe ik pas als het hele boek klaar is, anders moet ik misschien de hele tijd mijn hoofdstukindeling aanpassen: ik heb eerder in het boek ook al hoofdstukken gesplitst en zo). Daarna was het tijd om het volgende hoofdstuk te schrijven: het geplande hoofdstuk 8. Dus ik keek ik in mijn hoofdstukindeling wat er daarin moest gebeuren. Toen bleek: een groot deel van wat er in hoofdstuk 8 moest gebeuren, had ik al intuïtief in hoofdstuk 7 gestopt. Hmmm… Dus ik keek welke onderdelen van hoofdstuk 8 nog niet door mij waren verteld. Daarin bleek te weinig „vlees“ te zitten voor een compleet op zichzelf staand hoofdstuk. Na even puzzelen zag ik dat ik die hoofdstukresten kon verdelen over hoofdstuk 7 en hoofdstuk 7a.

Probleem opgelost… verder met hoofdstuk 9.

 0 reacties reageer op dit bericht
Bijsluiter voor de oudere sollicitant vr 7 okt 2016  12:59
Categoriën: geen

Gisteren maakte minister Lodewijk Asscher bekend te gaan werken aan een “bijsluiter voor oudere sollicitanten”.

Nadat ik van mijn lachkramp was bekomen, besefte ik hoe briljant dat plan eigenlijk is. En aangezien ik me er natuurlijk schuldig over voelde dat ik over de minister had gelachen, besloot ik om hem even op weg te helpen. Hieronder een voorbeeldbijsluiter, speciaal voor Lodewijk.
Doe er je voordeel mee, zou ik zeggen!

Wink

 

Karel Techneut

 

Karel Techneut behoort tot de groep van de zogenaamde storingsstillende en productie-uitvalverlagende werknemers.
Karel Techneut wordt gebruikt bij:
- Mechanische storingen aan productiemachines.
- Elektrotechnische storingen aan productiemachines.
- Laswerkzaamheden aan vakwerkconstructies.


Wanneer mag u deze werknemer niet gebruiken?
- Als hij op maandagochtend binnenkomt met een kegel.
- Bij softwarestoringen.

 

Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met deze werknemer?
- Als hij klaagt over zijn hernia.
- Als zijn meniscus opspeelt.

 

Gebruikt u nog andere werknemers?

Neem contact op met het UWV wanneer u naast deze werknemer ook gebruikt:
- Roodharige dames die bezwaar hebben tegen in hun achterwerk geknepen worden.
- Allochtone werknemers die bezwaar hebben tegen het ziekenhuis in geslagen worden.
- Belgische werknemers die iets tegen belegen Belgenmoppen hebben.

 

Zoals elke werknemer kan ook deze werknemer bij de werkgever bijwerkingen veroorzaken, al krijgt niet iedereen daarmee te maken.

De volgende bijwerkingen kunnen optreden:

Zeer vaak (1 op 10 tot 1 op 1 werkgevers).
- Jeuk, uitslag, zweten.
- Hoofdpijn.
- Slapeloosheid.

Vaak (1 op 100 tot 1 op 10 werkgevers).
- Depressie
- Verwardheid.

Zelden (1 op 1000 tot 1 op 100 werkgevers).
- Misselijkheid, maagpijn, diarree, braken.
- Maagzweer
- Benauwdheid

Zeer zelden (1 op 10.000 tot 1 op 1000 werkgevers).
- Psychose
- Hartinfarct

 

Hoe bewaart u deze werknemer?
- Buiten bereik van kinderen houden.
- Gebruik deze werknemer niet meer na zijn uiterste houdbaarheidsdatum.
- Spoel werknemers niet door de gootsteen of WC en gooi ze niet in de vuilnisbak.
- Vraag het UWV wat u met werknemers moet doen die niet meer worden gebruikt. Ze worden dan op verantwoorde manier vernietigd en komen niet in het milieu terecht.

 

 

 

 0 reacties reageer op dit bericht
Het geheim van de pester di 20 sep 2016  12:56
Categoriën: geen

Het is de week tegen pesten. Dus moest ik terugdenken aan een van mijn oudste herinneringen. Want die hebben te maken met een pester.

Het was de eerste dag van school. Ik was vijf en ging naar de eerste klas van wat toen nog de “lagere school” heette. Tegenwoordig wordt dat groep 3 genoemd. Veel kinderen gingen ook toen al twee jaar eerder naar school, hoewel dat niet verplicht is. Groep 1 en 2 werden toen de “kleuterschool” genoemd. Dat is in België nog steeds zo.

Mijn moeder had me eerder weleens een paar dagen naar die kleuterschool gebracht, maar ik vond daar geen bal aan. En echt leren doe je daar toch niks. Dus heeft mijn moeder me gewoon nog twee jaar thuis gehouden.

Ze heeft me later verteld dat ze haar hart vasthield toen ik dan voor het eerst echt naar school ging. Want die eerste klas oftewel groep 3: die is wel verplicht. Dus daar moest ik naartoe. Ik heb nooit gemerkt dat ze een beetje schrik had voor die eerste dag. Dat heeft ze me niet laten merken. Ze bracht me op die eerste dag natuurlijk zelf weg. Dat deden veel ouders. Ik heb niet gemerkt dat zij en die ouders nog even achter het raam bleven staan kijken toen wij al zaten. Op dat moment gebeurde er trouwens ook iets anders wat alle aandacht trok.

Op die eerste dag stonden de tafeltjes en stoeltjes nog allemaal gezellig in een kring, zodat alle kinderen elkaar zouden kunnen zien. Het was een drukte van belang. Kinderen huppelden de klas in, sommige aan de hand van hun ouders. We lachten en renden naar onze stoeltjes. Kinderen die elkaar kenden, wilden naast elkaar zitten… Er werd naar elkaar gezwaaid en soms ook een beetje geduwd en getrokken. En er was heel veel te zien: een ketting gekleurde kartonnen poppetjes voor het raam, een schoolbord met een tekening die de juf had gemaakt om de kinderen welkom te heten, krijtjes met allerlei kleurtjes, een vitrine met opgeprikte vlinders, kasten met boekjes en allemaal raar speelgoed…

Later zou ik erachter komen dat dat rare speelgoed spulletjes waren om les mee te geven. Maar op dat moment kon ik alleen maar kleuren zien: heel veel felle kleuren. Ik keek mijn ogen uit en zocht een vrije plek. Het was leuk: hier viel veel te beleven. Ik was benieuwd wat er nog ging komen.

Ineens zag ik iets geks: er lag een plas water onder een van de tafeltjes. De jongen die er zat, keek niet vrolijk. Sterker nog: hij huilde. Nou ja, ik zou misschien ook huilen als er een plas water onder mijn tafeltje lag. Dus ik keek even snel onder mijn tafeltje… nee, daar was het droog.

Ik vroeg me af: waarom is die jongen dan daar gaan zitten? Je kunt toch zien of ergens een plas water ligt. Ik keek rond: ja, het was druk, maar er waren nog stoeltjes onbezet. Nou ja, misschien wilde die jongen gewoon graag daar zitten. Misschien waren dat zijn vriendjes waar hij tussen zat. Wel vreemd dat die jongens die naast hem zaten hem niet probeerden te troosten. Ze namen zelfs een beetje afstand van hem.

Hoe zou die plas water daar trouwens gekomen zijn? Had er iemand soms een kop thee of een glas limonade omgestoten? Nou ja, nergens was iets van thee of limonade te zien. Plotseling had ik het door: die wasbak daar in de hoek van de klas. Daar was ook een kraan. En daar stonden een emmer en een dweil naast. Iemand had zeker nog gauw de vloer gedweild voordat de kinderen kwamen en was niet helemaal klaar geweest. Of ze waren vergeten om dat stukje droog te maken.

En ja hoor: daar kwam de juf al met een grote doek om de plas op te dweilen. Dat was het dus: ze was vergeten om onder dat ene tafeltje te dweilen en dus was daar een plas blijven liggen. Ik keek even onder mijn eigen tafeltje… ik wreef met mijn schoen over de vloer. De vloer was droog en ik wreef met mijn schoen een groot stofnest bij elkaar. Nou ja, onder mijn tafeltje waren ze zeker vergeten om schoon te maken.

Dat was dus mijn eerste indruk van de school: het was er druk, kleurig en gezellig… en er werd niet goed gedweild. Maar die huilende jongen was me een raadsel. Ja, goed, het is niet fijn als je gaat zitten en het blijkt dat ze een plas onder je tafel vergeten zijn op te dweilen. Maar dat is toch geen reden om te huilen?

Tussen de middag kwam mijn moeder me halen. Want tussen de middag konden de kinderen thuis eten. Ik woonde maar twee straten bij de school verwijderd, dus we liepen samen naar huis. Mijn moeder vroeg me hoe ik de school vond. Nou, het was nieuw, spannend en leuk. Dus ik vertelde honderduit.

“Ze hadden alleen de vloer niet goed gedweild,” zei ik toen we de hoek om gingen.

“Hoezo?” vroeg moeder verbaasd.

“Nou, het was allemaal vuil onder mijn tafeltje en bij een jongen tegenover me waren ze vergeten om het water goed op te dweilen.”

Op dat moment schoot mijn moeder in de lach. “Dat was geen water. Die jongen had in zijn broek geplast.”

“Wat?” Mijn mond viel open. “Waarom dat?”

“Die jongen was bang.”

Ik fronste. “Maar waarvoor dan?”

“Hij vond het niet leuk om naar school te gaan. En daar was hij bang voor.”

Dat moest ik even verwerken. Oké, het was wel spannend. En ja, daar zou je bang voor kunnen zijn. Goed, dat was te begrijpen. “Maar waarom plast hij dan in zijn broek? Dat helpt toch niet?”

Weer moest moeder lachen. “Dat hebben sommige kinderen. Als ze bang of zenuwachtig worden, dan kunnen ze hun plas niet meer ophouden.”

Daar had ik nog nooit van gehoord: broekplassen. Ik vond dat zo raar. En ik had meteen medelijden met die jongen. Ik bedoel: je zult het maar hebben, dat je je plas niet op kunt houden.

Later bleek die jongen dé pestkop van de klas te worden. En hij is niet de enige pestkop die broekplasser bleek te zijn. Later heb ik nog een pestkop goed gekend. Erg goed. Zijn ouders en mijn ouders waren namelijk bevriend. En zijn moeder heeft weleens verklapt dat hij als kleuter heel lang in zijn broek heeft geplast.

Dat heb ik mijn hele leven lang onthouden: pesters zijn broekplassers. En elke keer wanneer ik een pester in actie zie, dan zie ik in mijn achterhoofd weer die plas onder dat tafeltje. En dan denk ik: weer een broekplasser.

Dus als jij nou zo’n kind (of volwassene) bent dat graag anderen pest, dan ken je nu het geheim: elke keer als jij iemand pest, denkt iedereen dat jij een broekplasser bent.

Nou is broekplasser zijn natuurlijk niet iets om je voor te schamen. Dus misschien vind je het niet erg als iedereen weet dat jij een broekplasser bent. Je vindt het tenslotte niet eens erg als iedereen weet dat je een pester bent. Maar denk dan ook eens aan die grote groep van broekplassers die niet pesten. Jij geeft hen een slechte naam en ze hebben het al moeilijk genoeg.

 1 reactie reageer op dit bericht

Reactie van Anja - Tilburg wo 21 sep 2016   9:34

Mooi verhaal, leuk verwoord.

Ik begrijp nog steeds niet dat er op scholen niet meer aandacht voor dit onderwerp is, of voor sociale omgangsvormen in het algemeen. Het gaat alleen over prestaties. Creativiteit wordt vertaald naar 1 uur handenarbeid per week en we hebben toch een sfeerrondje (ook 1 uur per week)? Vanochtend had ik een gesprek met een leerkracht en toen ik weer buitenstond besefte ik dat de strekking van het verhaal was dat kinderen maar hard moeten worden om te kunnen overleven in deze maatschappij. We kunnen niet vroeg genoeg beginnen. Vreemd dat we verwachten dat onze kinderen zich moeten aanpassen aan de maatschappij en dat we niet eens gaan kijken of we de maatschappij niet moeten aanpassen om te kunnen blijven wie we zijn.

<< nieuwer ouder >>
zoeken:

Categoriën

Actueel

17 nov 2017
t/m 14 dec 2017

Archief

20 okt 2017
t/m 16 nov 2017


22 sep 2017
t/m 19 okt 2017


25 aug 2017
t/m 21 sep 2017


28 jul 2017
t/m 24 aug 2017


30 jun 2017
t/m 27 jul 2017


2 jun 2017
t/m 29 jun 2017


5 mei 2017
t/m 1 jun 2017


7 apr 2017
t/m 4 mei 2017


10 mrt 2017
t/m 6 apr 2017


10 feb 2017
t/m 9 mrt 2017


13 jan 2017
t/m 9 feb 2017


16 dec 2016
t/m 12 jan 2017


18 nov 2016
t/m 15 dec 2016


21 okt 2016
t/m 17 nov 2016


23 sep 2016
t/m 20 okt 2016


26 aug 2016
t/m 22 sep 2016


29 jul 2016
t/m 25 aug 2016


1 jul 2016
t/m 28 jul 2016


3 jun 2016
t/m 30 jun 2016


6 mei 2016
t/m 2 jun 2016


8 apr 2016
t/m 5 mei 2016


11 mrt 2016
t/m 7 apr 2016


12 feb 2016
t/m 10 mrt 2016


15 jan 2016
t/m 11 feb 2016


18 dec 2015
t/m 14 jan 2016


20 nov 2015
t/m 17 dec 2015


23 okt 2015
t/m 19 nov 2015


25 sep 2015
t/m 22 okt 2015


28 aug 2015
t/m 24 sep 2015


31 jul 2015
t/m 27 aug 2015


3 jul 2015
t/m 30 jul 2015


5 jun 2015
t/m 2 jul 2015


8 mei 2015
t/m 4 jun 2015


10 apr 2015
t/m 7 mei 2015


13 mrt 2015
t/m 9 apr 2015


13 feb 2015
t/m 12 mrt 2015


16 jan 2015
t/m 12 feb 2015


19 dec 2014
t/m 15 jan 2015


21 nov 2014
t/m 18 dec 2014


24 okt 2014
t/m 20 nov 2014


26 sep 2014
t/m 23 okt 2014


29 aug 2014
t/m 25 sep 2014


1 aug 2014
t/m 28 aug 2014


4 jul 2014
t/m 31 jul 2014


6 jun 2014
t/m 3 jul 2014


9 mei 2014
t/m 5 jun 2014


11 apr 2014
t/m 8 mei 2014


14 mrt 2014
t/m 10 apr 2014


14 feb 2014
t/m 13 mrt 2014


17 jan 2014
t/m 13 feb 2014


20 dec 2013
t/m 16 jan 2014


22 nov 2013
t/m 19 dec 2013


25 okt 2013
t/m 21 nov 2013


27 sep 2013
t/m 24 okt 2013


30 aug 2013
t/m 26 sep 2013


2 aug 2013
t/m 29 aug 2013


5 jul 2013
t/m 1 aug 2013


7 jun 2013
t/m 4 jul 2013


10 mei 2013
t/m 6 jun 2013


12 apr 2013
t/m 9 mei 2013


15 mrt 2013
t/m 11 apr 2013


15 feb 2013
t/m 14 mrt 2013


18 jan 2013
t/m 14 feb 2013


21 dec 2012
t/m 17 jan 2013


23 nov 2012
t/m 20 dec 2012


26 okt 2012
t/m 22 nov 2012


28 sep 2012
t/m 25 okt 2012


31 aug 2012
t/m 27 sep 2012


3 aug 2012
t/m 30 aug 2012


6 jul 2012
t/m 2 aug 2012


8 jun 2012
t/m 5 jul 2012


11 mei 2012
t/m 7 jun 2012


13 apr 2012
t/m 10 mei 2012


16 mrt 2012
t/m 12 apr 2012


17 feb 2012
t/m 15 mrt 2012


20 jan 2012
t/m 16 feb 2012


23 dec 2011
t/m 19 jan 2012


25 nov 2011
t/m 22 dec 2011


28 okt 2011
t/m 24 nov 2011


30 sep 2011
t/m 27 okt 2011


2 sep 2011
t/m 29 sep 2011


5 aug 2011
t/m 1 sep 2011


8 jul 2011
t/m 4 aug 2011


10 jun 2011
t/m 7 jul 2011